Op 1 januari 2027 zal ook ABP overstappen op de nieuwe pensioenregeling. De oude rechten worden meegenomen, meeverhuisd of “ingevaren”. Daarom wordt het dan aanwezige vermogen verdeeld over alle rechthebbenden. De omvang van het aanwezige vermogen wordt afgemeten aan de hand van de dekkingsgraad. De dekkingsgraad geeft namelijk de verhouding weer tussen de bezittingen en verplichtingen.
Naast het geld dat bestemd is voor pensioen, zijn er nog een paar potjes die gevuld moeten worden. Moeten en kunnen, mede afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar vermogen, ofwel de hoogte van de dekkingsgraad. Het collectieve pensioenvermogen wordt dan omgezet in individuele pensioenvermogens. Er zal in ieder geval ook een potje voor operationele kosten moeten worden gevuld, de operationele reserve.

Bron: werkenaanonspenioen.nl
Standaardmethode of vba-methode
Afhankelijk van de dekkingsgraad kunnen er extra’s te verdelen zijn, maar kan het ook nodig zijn om alle aanspraken en uitkeringen te verlagen. Er zijn twee methodes waaruit gekozen kan worden om het pensioenvermogen te verdelen. Eigenlijk is dit een interne collectieve waardeoverdracht. De waarde van de bestaande pensioenaanspraken en –rechten wordt namelijk overgedragen naar de nieuwe pensioenregeling. De zogeheten “standaardmethode” is daarbij de voorkeursmethode. Een pensioenfonds kan ook gebruikmaken van de value based asset & liability management (VBA)-methode als het bestuur dat goed kan onderbouwen.

Standaardmethode
Het bestuur van ABP heeft besloten de standaardregel te gebruiken. De Wet toekomst pensioenen (Wtp) schrijft vervolgens ook voor hoe de verdeling volgens die methode dan plaats moet vinden.
Voor het bij aanvang meteen vullen van bijvoorbeeld de solidariteitsreserve, zijn ook weer extra regels. Er kan gekozen worden om de solidariteitsreserve bij aanvang niet helemaal te vullen, maar een soort van bodempje erin te storten.
Dekkingsgraad bepaalt ruimte vermogensverschuiving
Aanvullende regels zijn er bij de verschillende dekkingsgraden. Die regels zien toe op dekkingsgraden vanaf 90%. Stel dat een fonds daaronder komt, dan moet er eerst gekort worden om de dekkingsgraad op 90% te brengen. De wet meldt overigens dat er dan maatregelen genomen moeten worden. Omdat de ABP-werkgevers eerder niet bereid waren om mee te betalen aan de compensatie, is mijn inschatting dat bij lagere dekkingsgraden extra geld ook niet als oplossing geboden zal worden. Dan blijft dus korten om op 90% te komen over.
Als er ingevaren wordt tussen de 90% en de 105% mag het fonds ten hoogste 5% van het beschikbare vermogen gebruiken voor vulling van de solidariteitsreserve en/of de compensatie.
Bij een dekkingsgraad van >105% maar minder dan 110% mag er ook vermogen gebruikt worden voor het toekennen van extra pensioenaanspraken. Maximaal 5% van het vermogen mag dan verschoven worden als dat bijdraagt aan een evenwichtigere transitie. Dit is bij ABP handig voor de rechten die voortkomen uit bijlage K, de overgangsrechten die bij de privatisering van ABP zijn ontstaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanvulling wegens samenvallende diensttijd. Omdat niet iedereen daar recht op zal hebben, is het handig dat er 5% van het vermogen gebruikt kan worden om de deelnemers die wel aanspraak maken op bijlage K, gericht extra pensioenrechten te geven.
Bij een dekkingsgraad vanaf 110% mag er ook afgeweken worden, na invulling van de solidariteitsreserve of compensatiedepot. Er moet dan wel altijd minimaal 95% van het vermogen na die invulling naar de individuele deelnemers.
Vermogensverdeling ABP
Natuurlijk is het niet te voorspellen welke dekkingsgraad er op 31 december 2026 zal zijn. Daarom is er een overzicht gemaakt van de verdeling bij verschillende mogelijke dekkingsgraden.

Bron: transitieplan ABP
De richtdekkingsgraad is 110%. De operationele reserve (MVEV/ROK) bedraagt 1,5%, vandaar dat er bij elke dekkingsgraad 1,5% nodig zal zijn om dat potje te vullen.