Al bij de behandeling van de Wet Toekomst Pensioenen (WTP) werd duidelijk dat ook de eigen pensioenregeling, de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa) aangepast zou moeten worden. Behalve de Tweede Kamerleden vallen hier ook de voorzitter van de Eerste Kamer, de Nationale Ombudsman en bijvoorbeeld gedeputeerden en wethouders onder. Omdat de regeling niet valt onder de Pensioenwet of de nieuwe WTP moet dit apart geregeld worden.
Appa naar ABP
De Appa-regeling lijkt veel op de ABP-regeling en daarmee is het ook logisch dat de Appa-regeling onder de ABP-regeling zal komen te vallen. Het Tweede Kamerlid Vermeer (BBB) informeerde 31 januari 2025 via Kamervragen maar weer eens naar de stand van zaken en met name de tijdsplanning.
Minister Uitermark beantwoordde de vragen op 21 februari jl., waarin ze aangaf dat het invaren in de ABP-regeling een complex vraagstuk is. Het proces kan niet op dezelfde manier worden ingericht als bij reguliere pensioendeelnemers, maar zal via een wet aangepast moeten worden. Het streven nu is om de Aanpassingswet Appa, en daarmee dus ook de overgang naar ABP, per 1 januari 2028 te realiseren.
Financiering
Eén van de problemen die in kaart moeten worden gebracht is de financiering. Net als bij de militaire pensioenregeling zal hiervoor geld beschikbaar moeten komen om in te kunnen varen. De Appa-pensioenen worden namelijk niet zoals bij ABP uit een Appa-pensioenfonds betaald. Het benodigde geld komt vanuit de begrotingen van Rijk, maar dus ook van provincies, gemeenten en waterschappen. Ofwel, Appa-pensioenen worden pas achteraf gefinancierd. Het ABP-pensioenen wordt vooraf gefinancierd door premieafdracht en rendement. Er is dus ook geen sprake van een opgebouwd kapitaal, maar deze pensioenen zijn zoals dat heet, “begrotingsgefinancierd”. Vandaar het vergelijk met de militaire regeling.
Voor alle huidige, maar ook toekomstige pensioenen, wordt berekend welk kapitaal daarvoor nodig is. Dat bedrag dient dat bij het “invaren” in één keer overgedragen te worden aan ABP. Daarna zal er, net als voor de ABP-deelnemers, elke maand premie betaald moeten worden. Helemaal precies is dat nog niet te berekenen, omdat de dekkingsgraad bepaalt hoeveel e.e.a. zou kosten. Die dekkingsgraad is natuurlijk nu nog niet bekend. Extra complicatie, als ABP in 2027 over stapt, verdwijnt daarmee ook de dekkingsgraad. Klein technisch detail waar ook nog een oplossing voor gezocht zal moeten worden!
Zwembad dicht?
De vraag is natuurlijk of die benodigde financiering er zal zijn op 1 januari 2028 en of die toereikend zal zijn. Het is namelijk niet zeker of alle betrokken overheidsinstellingen in staat zullen zijn de benodigde (eenmalige) waardeoverdracht te financieren. Zeker nu ook diverse gemeentes de noodklok hebben geluid voor de nu al voorziene begrotingstekorten. Zo meldde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 19 januari jl. dat zo’n 280 gemeenten voor 2026 en 2027 een negatief resultaat in hun meerjarenbegroting toonden. Ofwel, 80% van de gemeentes zal het jaar voor invaren in de ABP-regeling naar eigen verwachting in het rood staan. Laten we hopen dat het zwembad dan niet zal moeten sluiten om het pensioen van de wethouder te kunnen betalen!