Pensioen blijft boeien(d)

Wist u dat….u mogelijk recht hebt op een aanvulling op uw pensioen van ABP als u en uw partner allebei werkzaam waren voor 1 januari 1995 en tegelijkertijd pensioen hebben opgebouwd? ABP kent namelijk een aanvulling op het pensioen wanneer er sprake is van samenvallende diensttijd en u pensioen opbouwde:

– vóór 1 januari 1986 bij zowel ABP als gelijktijdig ergens anders;

– vóór 1 januari 1995 bij ABP én uw partner gelijktijdig bij ABP of ergens anders pensioen opbouwde.

Is één van bovenstaande situaties op u van toepassing? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor aanvulling van uw ABP-pensioen.


Pensioen blijft boeien(d)

Het blijft een wondere wereld, de wereld van pensioen. Tijdens de prépensioendagen die begin oktober georganiseerd werden, wees een lid de overige aanwezigen op een redelijk onbekend fenomeen: “samenvallende diensttijd.” Voor mij een bijzonder moment, want ik ben al heel wat jaren bezig om hier aandacht voor te vragen!

Om dat er nog steeds mensen zijn die onbekend zijn met deze aanvulling, neem ik u nogmaals mee naar een klein elementje uit het ABP pensioenreglement, de aanvulling op het pensioen wegens samenvallende diensttijd. Waar komt dit vandaan? Hiervoor duiken we in de pensioengeschiedenis van ABP. Voor 1996 viel ABP namelijk onder de Abp-wet. Die Abp-wet kende drie verschillende systemen voor de opbouw van pensioenaanspraken:

  • Tot 1-1-1986 was er een inbouwsysteem
  • Van 1-1-1986 tot 1-1-1995 was er een gedifferentieerd franchisesysteem
  • Van 1-1-1995 tot 1-1-1996 was er één uniforme franchise

Periode van 1 januari 1966 tot 1 januari 1986

Voor ieder jaar dat iemand pensioen opbouwde werd 2% van de AOW, waar natuurlijk ook recht op bestond, in het pensioen ingebouwd. Ofwel u bouwde pensioen op en werd  gelijktijdig 2% gekort op het ABP-pensioen vanwege de AOW-aanspraak. De wetgever had namelijk bedacht dat het vreemd zou zijn als werknemers bij overheids- en onderwijspersoneel zowel volledige pensioenopbouw op grond van de Abp-wet, als op grond van de AOW zou krijgen. Het gevolg daarvan kon namelijk zijn dat betrokkenen dan na hun pensionering een hoger inkomen zouden hebben dan het inkomen dat zij ontvingen toen zij nog werkten! In dit inbouwsysteem werd rekening gehouden met de AOW waarop de belanghebbende (en zijn of haar partner) feitelijk aanspraak had. Een bijzonder element van de inbouw van de AOW is dat deze inbouw in bepaalde gevallen kan worden beperkt. Bijvoorbeeld wanneer de ABP gepensioneerde of de partner over een bepaalde periode geen AOW heeft opgebouwd. Of wanneer de ABP gepensioneerde geen recht heeft op de volledige AOW-partnertoeslag van de SVB wegens inkomsten van zijn partner. 

Periode van 1 januari 1986 tot 1 januari 1995

In 1986 besloot men anders om te gaan met de opbouw van pensioen, in combinatie met de te ontvangen AOW. Over een deel van het salaris, de franchise genaamd, werd namelijk geen pensioen meer opgebouwd. In dit franchisesysteem wordt geen rekening gehouden met het AOW-pensioen waarop betrokkene uiteindelijk echt aanspraak heeft, maar gaat men uit van een soort van algemeen recht op AOW. Dit maakt de toepassing van het franchisesysteem eenvoudiger dan het inbouwsysteem. Deze franchise hield rekening met het bedrag dat men vanaf de AOW-leeftijd al zou ontvangen vanuit de AOW. Daarom was het destijds ook logisch om vanaf 1 januari 1986 met twee franchises te gaan werken; een voor gehuwden en een voor ongehuwden. De franchise voor iemand met een partner, gehuwd of samenwonend, is hoger dan de franchise voor een alleenstaande. Na pensionering ontvangt de gehuwde of samenwonende deelnemer de gehuwden AOW, evenals zijn of haar partner en komen ze dus samen uit op twee keer de gehuwden AOW. De alleenstaande ontvangt één keer de ongehuwden AOW.

Periode van 1 januari 1995 tot 1 januari 1996

Op 1 januari 1995 werd de manier waarop men rekening hield met de AOW weer aangepast. Vanaf die datum werd de franchise niet meer afhankelijk van het AOW-recht maar geldt voor iedereen dezelfde franchise (uniforme franchise). Of men al dan niet gehuwd of samenwonend was, had dus geen invloed meer op de pensioenopbouw. De uniforme franchise is afgeleid van het AOW bedrag voor iemand die gehuwd of samenwonend is en wordt jaarlijks aangepast. 

Privatisering ABP 

Bij de privatisering van ABP, op 1 januari 1996, zijn de drie verschillende pensioenformules van de Abp-wet omgerekend naar een nieuwe formule op grond van het vanaf dan geldende Pensioenreglement. De Wet privatisering ABP (WPA) schrijft echter voor dat alle, op grond van de Abp-wet opgebouwde pensioenaanspraken, omgezet moeten worden naar in totaliteit gelijkwaardige aanspraken. Om dit te kunnen doen zijn zogeheten correctiefactoren vastgesteld. Afhankelijk van de vraag of de ABP-pensioengerechtigde voor de AOW als gehuwd of als ongehuwd werd aangemerkt, zijn er twee correctiefactoren vastgesteld. Er is daarom een correctiefactor gehuwd en een correctiefactor ongehuwd.

Bij de omrekening van de onder de Abp-wet opgebouwde aanspraken kon geen rekening worden gehouden met bepaalde situaties uit de Abp-wet waarin de korting wegens recht op AOW werd verlaagd. Hierdoor is bij de omrekening van de opgebouwde pensioenaanspraken van de Abp-wet naar het Pensioenreglement een te hoge AOW-korting toegepast. ABP compenseert dit daarom bij pensionering met een aanvulling.

Veel pensioenfondsen hielden op een vergelijkbare manier rekening met de AOW. Als er sprake is van samenvallende diensttijd en pensioenopbouw voor 1995 hebben beide partners mogelijk te maken gehad met een te hoge AOW-korting. Hierdoor kan er recht ontstaan op een aanvulling vanuit ABP. 

Komt u mogelijk in aanmerking voor aanvulling van uw ABP-pensioen? Vul dan het formulier ‘Samenvallende diensttijd’ in dat u op de website van ABP kunt vinden. Wanneer u allebei pensioen heeft opgebouwd bij ABP, kent ABP de aanvulling automatisch toe. U en uw partner moeten wel beiden de AOW-leeftijd hebben bereikt. Indien uw partner pensioen opbouwde bij een ander pensioenfonds of verzekeraar, dan kan ABP dit pas bepalen op de datum dat uw partner de AOW-leeftijd heeft bereikt òf de AOW-leeftijd binnen zes maanden wordt bereikt.

Defensie

Ook voor medewerkers in de sector Defensie kan er sprake zijn van de genoemde aanvulling wegens samenvallende diensttijd. Helaas heb ik ook gemerkt dat de aanvulling af en toe niet zichtbaar is. Bijvoorbeeld bij meerdere aanvullingen is op een UPO of betaalspecificatie het woord samenvallende diensttijd niet terug te vinden.

Ook bij een nabestaandenpensioen kan er sprake zijn van samenvallende diensttijd, als betrokkene zelf ook werkzaam is geweest. De samenval kan dus ook plaats vinden tussen een nabestaandenpensioen en een eigen pensioen. De aanvulling is dan niet altijd duidelijk terug te vinden in de betaalspecificatie.

In beide genoemde gevallen bleek overigens bij controle dat de uitbetaalde bedragen gelukkig wel kloppend waren.

Dienstplicht

Bij de dienstplichtig militair die later beroepsmilitair is geworden, wordt de dienstplichttijd automatisch toegevoegd aan de totale deelnemingstijd bij ABP. Bij de dienstplichtig militair die later burgerambtenaar is geworden, wordt de dienstplichttijd echter niet automatisch toegevoegd. Als burgerambtenaar moet je daarvoor een verzoek aan ABP richten. En dat kan nog steeds! 

Er is wel weer een bijzonderheid waar ook rekening mee gehouden moet worden, namelijk de periode dat er sprake was van een minimum leeftijd voor pensioenopbouw. Tussen oktober 1986 en mei 1994 was er voor de burgerambtenaar sprake  van een minimum startleeftijd van 25 jaar voor deelname aan de ABP pensioenregeling. Als uw dienstplichttijd in die periode viel en u was toen nog geen 25 jaar, dan telt uw dienstplichttijd helaas niet mee in uw totale deelnemingstijd.

Dat is anders voor de militair ambtenaar, waar nooit een minimumleeftijd als startleeftijd heeft gegolden. Ook de dienstplichttijd telt dan dus mee voor de totale ABP deelnemingstijd en dus telt die tijd ook mee voor de aanvulling wegens samenvallende diensttijd.