AOW-leeftijd ook in 2031 nog 67 jaar en 3 maanden

Om iedereen de tijd te geven om zich voor te bereiden op langer doorwerken, is wettelijk bepaald dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks de AOW-gerechtigde leeftijd bepaalt, die 5 jaar later zal gelden. Minister Mariëlle Paul, maakte daarom op 7 november jl. de nieuwste AOW-leeftijd bekend voor 2031. 

Sinds 2020 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan prognoses over de ontwikkeling van de levensverwachting.  Stijgt de levensverwachting, dan schuift de AOW-leeftijd mee. Niet één op één, maar voor tweederde. Eén jaar langer (geprognotiseerd) leven betekent acht maanden extra werken. Hiervoor worden de berekeningen van het CBS gebruikt, dat berekend heeft wat de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in 2031 zal zijn. Dat bleek volgens het CBS 21,02 jaar te zijn. Daarmee loopt de levensverwachting trager op dan eerdere prognoses aangaven, door een trager herstel na corona.

Wijziging AOW-leeftijd

Het wijzigen, dus later in laten gaan van de AOW-leeftijd, kent een maximum van 1 jaar per 5 jaar. De wettelijke formule houdt echter alleen rekening met stijgende levensverwachting en helaas niet met een dalende, waarvoor wij in VCP-verband wel gepleit hebben. Een eenmaal vastgestelde leeftijd kan dus later niet meer stijgen of dalen. Ook niet bij een pandemie en aantoonbaar lagere levensverwachting. 

Het wijzigen kent ook een minimum. Pas wanneer de CBS prognoses aangeven dat de verwachte levensverwachting met minimaal 3 maanden gestegen is, volgt er een aanpassing van de AOW-leeftijd. De verhoging wordt dus afgerond op hele kwartalen. 

AOW-opbouwen

Toen iedereen nog op 65-jarige leeftijd met pensioen ging, was de leeftijd waarop de AOW-opbouw begon 15 jaar. Gedurende 50 jaar wordt de AOW opgebouwd tot een volledige AOW; per jaar komt er 2% bij. De systematiek van gedurende 50 jaar opbouwen is ongewijzigd gebleven en daarom is met het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd, ook de aanvangsleeftijd opgeschoven. Minister Paul heeft de aanvangsleeftijd in 2031 wederom vastgesteld op 17 jaar en drie maanden.

Af en toe kom ik verhalen tegen van mensen die gekort worden op hun AOW-uitkering, maar die wel vanaf jonge leeftijd zijn gaan werken. Zo zag ik een casus van iemand die naar het buitenland verhuisd was en daarvoor 50 jaar gewerkt had. Betrokkene bleek terecht gekort op de hoogte van de AOW-uitkering. Iemand moet namelijk de 50 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd in Nederland gewoond en/of gewerkt hebben.

Stijgende AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd loopt dus minder hard op dan eerder werd verwacht, of werd aangenomen. Voor 2010 werd de AOW-leeftijd bereikt in de maand waarin iemand 65 jaar werd. Per 1 april 2012 wijzigde de ingangsdatum naar de verjaardag, dus niet meer op de eerste dag van de maand, maar op de exacte dag van bereiken AOWleeftijd. De stapsgewijze verhoging startte vervolgens per 2013 (Wet VAP), versnelde in 2016, en werd later weer getemporiseerd conform het Pensioenakkoord 2019. 

Wat betekent dit concreet voor jou

Ben je geboren vóór 1 oktober 1964? Dan staat de AOW-leeftijd voor jou definitief vast. Ben je daarna geboren, dan kan je AOW-leeftijd nog opschuiven. Daarbij wordt teruggevallen op de prognoses van de gemiddelde levensverwachting vanaf 65 jaar.

Om toch wat gevoel te krijgen bij de getallen. Laten we eens kijken naar die prognoses en formules. De Algemene Ouderdomswet wet stelt: “Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, minder bedraagt dan 0,25, wordt de pensioengerechtigde leeftijd niet verhoogd. Indien de uitkomst van die berekening 0,25 of meer bedraagt, wordt de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd met drie maanden.”

De ongeveer 22 dagen die we gemiddeld gezien ten opzichte van 2024 erbij hebben gekregen in levensverwachting, gaf geen aanleiding de AOW-leeftijd te verhogen. Er moet namelijk minimaal een toename in levensverwachting van 4,5 maand zijn. 

Met behulp van het CBS kunnen we wel iets van een prognosebeeld geven. CBS publiceert namelijk jaarlijks de prognose van de resterende levensverwachting op 65jarige leeftijd met 67% en 95% prognoseintervallen. Het is wat technisch, maar we kunnen de 67% prognose-interval gebruiken omdat de tabel ook latere jaren bevat. Voor 2031 is L = 21,02 en voor vervolgjaren lopen de middens verder op, bijvoorbeeld 2034: ~20,46–22,46. 

Hoewel de levensverwachting licht blijft stijgen (circa 22 dagen per jaar), leidt dat pas bij een sprong boven de wettelijke drempel tot een verhoging van de AOWleeftijd. Op basis van de CBSprognose en de formule uit artikel 7a AOW komt die drempel (L ≥ 21,39) naar verwachting voor het eerst in 2034 in beeld. De kans dat de AOWleeftijd in 2032–2033 stijgt is nog beperkt; die kans neemt toe richting 2034–2037.

Het blijft natuurlijk een inschatting, de enige zekerheid komt via de jaarlijkse vaststelling door de minister.